Het is weer de tijd dat iedereen nagelbijtend met de smartphone op schoot zit. Wachtend op het verlossende telefoontje. Dat je geslaagd bent.
Wat een groot verschil met vroeger.
En met vroeger, dan heb ik het over "mijn" tijd. Nu al bijna 50 jaar geleden.
Ik kan me mijn examentijd nog herinneren.
De weken voorafgaand aan het examen. Hard blokken? Nee hoor. Totaal niet. Mij werd toen heel duidelijk gemaakt dat je al de stof al moet kennen. Dat moest je al bij de voorgaande 3 schoolonderzoeken. Nee, het was gewoon beter om lekker te ontspannen, leuke dingen te doen, Dan kom je ook geheel ontspannen aan het examen. En zo gezegd zo gedaan. Terwijl het zonnetje op zijn best scheen deed ik het nodige aan ontspanning en dat was in die dagen veel buiten vertoeven. Voetballen, rondfietsen, rondhangen.
Later hoorde ik wel dat mijn verzorgende tante, toeziend voogdes na de scheiding van mijn ouders, het maar niet kon begrijpen dat ik niet aan het leren was. Nou ja. Dat heb ik hier boven al uitgelegd.
En dan volgen de eindexamens.
Gewoon in een aula of gymzaal met op de hoek van de tafel je examennummer. Nummer 27. Ik heb het nooit meer vergeten en ik weet niet eens waarom. Zo belangrijk was dat niet eens voor mij.
Geen airco of ventilatie of enige luxe. Dat bestond vroeger helemaal niet. Toen was het gebruik van een rekenmachine nog niet verboden, domweg omdat die dingen in draagbare en draadloze uitvoering nog niet eens bestonden. Alleen een tabellenboekje met de logaritmen mocht je gebruiken , maar eerst na een grondige inspectie door de toezichthouder.
Al die examens werkten we dan gewoon af behalve dan practicum scheikunde. Daar moest je nog een keer apart voor terugkomen terwijl iedereen al klaar was. Maar goed. Daarna was je vrij en was het nog een paar weken wachten op de uitslag. Inderdaad, een paar weken. Het woord digitaal bestond toen nog niet en automatisering alleen nog in de machinerie van de grote fabrieken.
Je wist wel wanneer je zo ongeveer het bericht zou moeten ontvangen. Niet telefonisch want een telefoon hadden wij niet eens. Vrijwel niemand. Ik geloof dat er in de hele straat 2 of 3 adressen waren waar er een telefoon in huis hing. Zo'n vast ding aan de muur en steevast in de gang. De eerste de beste telefoonhouder voor ons was 2 huizen verder bij de kolenboer.
En daarom was het wachten op de postbode, die in die dagen zelfs nog 2x per dag langs kwam. In de ochtend een keer en laat in de middag, meestal zo vanaf een uur of 4.
Maar net als bij de examens maakte ik maar helemaal niet druk om. Waarom zou ik? Ik wist toch wel dat ik geslaagd zou zijn, toch? Een klassenleraar maakte me toen al duidelijk dat je gewoon moet slagen en als je niet slaagt dan moet je flink zakken en niet met een tiende punt tekort. Dan ben je pas een schlemiel. Ik ging voor slagen en ja, natuurlijk was ik geslaagd. En als dat niet zo was geweest had ik van te voren ook al geweten dat ik zou zijn gezakt. Voor mij geen enkele reden tot paniek.
Driftig voetballend op straat verschijnt opeens mijn tante op het toneel. En dat was vreemd want die komt nooit buiten en zeker niet op straat en naar mij toe lopend, 100 meter van ons huis vandaan. Ik denk, er is iets ernstigs aan de hand. Nee hoor, ze komt me feliciteren! Met een ferme handdruk laat ze me weten dat de post net is geweest en dat ik geslaagd ben voor de HAVO! En dat ze blij is... en dat ze zo zenuwachtig was dat ik maar niet aan het leren was... en dat ik maar buiten bleef spelen en dat.... Oké oké, mooi, geslaagd.
En terwijl ze weer terug loopt naar huis, maak ik mijn potje voetbal af.
Er wordt verder niet meer over gesproken. De 2 broertjes zijn nog te klein en daar totaal ongeïnteresseerd over. Ook als mijn vader in zijn verplichte weekend thuis is van zijn werk, ver weg van ons vandaan, lijkt het niet meer dan een mededeling dat ik geslaagd ben. Lijkt, want uiteindelijk zou het betekenen dat dit voor hem het sein zal zijn dat we dan op zeer korte termijn het Heerlense Meezenbroek voorgoed zouden moeten verlaten. Weg van mijn vrienden. Naar een andere plek waar ik onder weer andere mensen zal worden ondergebracht en waar hij dan niet meer elk weekend naar zijn kinderen toe zal hoeven.
Na de examenuitslag volgt nog een brief. Een uitnodiging voor het afhalen van het diploma. Precies zoals ik het zeg. Ik weet de dag niet meer maar ik fietste naar het Bernardinuscollege en of ik me op de 3e verdieping bij de lerarenkamer wil melden. Daar staat de rest van mijn klas ook. Als mijn naam afgeroepen wordt ga ik naar binnen en krijg ik mijn diploma te zien. Of ik even alles wil controleren, "want dit krijg je echt maar één keer in je leven", wordt er met klem op mijn hart gedrukt. En daarna moet ik er mijn handtekening onder zetten. Eh handtekening? Nog nooit gedaan. Dit wordt dus de eerste handtekening door mij gezet, ooit. "Gefeliciteerd Jim en succes in de toekomst!", zijn zo ongeveer de laatste woorden voordat ik weer fietsend richting Meezenbroek onder weg ben.
Tja, dat is toch wel in schrille tegenstelling tot tegenwoordig, 50 jaar verder, waar je samen met trotse ouders en in het bijzijn van iedereen na een speech je diploma feestelijk uitgereikt krijgt. En daarna wordt overladen met felicitaties met omhelzingen en kussen van iedereen die je lief is. Een paar dagen later volgen dan nog de vele examenfeestjes en wat te denken van het galabal en het afscheid van de school.
Niet dat wij het zo slecht hadden. Nee, zo was het vroeger gewoon. Gewoon gewoon.